Onderstaand interview stond op 7 oktober 2011 in NRC/Handelsblad.
Lees verder voor ‘the making of…’
“In 2001, een jaar na mijn scheiding, ging ik voor het eerst in mijn leven alleen op vakantie. Naar Barcelona. In mijn koffer zat De Eeuwige Bron van Ayn Rand. Het was me door iemand aangeraden. In eerste instantie voelde ik niet zo heel veel voor het boek. Het is nogal dik .Het heeft een wat bezoedelde reputatie. Dus ik had een licht gevoel van weerzin. Bovendien zat ik destijds verwikkeld in een gepassioneerde en nogal onmogelijke liefde. Eenmaal in Spanje aangekomen begon ik daarom enigszins lusteloos aan het boek.
“In Barcelona had ik afgesproken een tijdje bij wat vrienden te logeren. Ik had me voorgenomen in mijn hotelkamer aan het boek te beginnen om het tijdens het bezoek aan die vrienden verder te lezen. Toen ik eraan begon, merkte ik echter dat het boek zo uniek was dat ik andere plannen heb gemaakt. Ik heb me teruggetrokken. Ik vertrok naar een Spaanse badplaats die toen nog niet door het toerisme was ontdekt. Ik heb een suite gehuurd, koffie laten komen, sandwiches besteld. Ik heb daar, in die suite, het boek in één ruk uitgelezen.
“Howard Roark, de eigenzinnige architect en hoofdpersoon van het boek, had een enorme aantrekkingskracht op mij. Ik las dit boek zoals gezegd in een wankele periode van mijn bestaan. Het was een fase waarin ik me heel erg heb afgevraagd of het allemaal wel goed zou komen. Rand gaf me kracht. Howard Roark is namelijk zo’n gedreven, gepassioneerde gek. Hij zet de liefde opzij om zijn doel te bereiken. Dat gaat me weliswaar te ver. Zijn gedrevenheid sprak mij desondanks toch heel erg aan.
“Als boeken mij aanstaan, betekent dat vaak dat de auteur er in is geslaagd gedachtes op een heldere, mooie manier te formuleren. Dan zet ik streepjes in de kantlijn. Rechte streepjes bij citaten waarik echt iets mee moet doen, kronkelige streepjes bij dingen die ik gewoon mooi vind. In De Eeuwige Bron heb ik meerdere streepjes in de kantlijn gezet.
“Zo staat er een kronkelig streepje bij de uitspraak van Roark dat mensen geen respect hebben voor de zinloosheid van het leven. Wat moet je met zo’n uitspraak? Vind ik lastig. Een recht streepje stond bij Roarks uitspraak dat hij nergens lid van wil worden, nu niet, nooit niet. Dat ben ik. Ik ben ook noot ergens lid van geweest.
“Op een gegeven moment zegt Roark: “Ik haat incompetentie. Het is waarschijnlijk het enige dat ik echt haat”. Het ergste scheldwoord dat ik me kan bedenken is ‘amateur’. Ik haat namelijk amateurisme. Je komt in mijn wereld (die van de televisie) zoveel mensen tegen die pretenderen dingen te kunnen. Achteraf blijkt daar vaak helemaal niets van waar te zijn.
“Ook heel sterk vond ik de volgende uitspraak: “de mensen worden niet ongelukkig door een gebrek aan keus, maar door een teveel aan keus”. Je hoort vandaag zoveel mensen zich afvragen of de goede oude televisie niet z’n beste tijd heeft gehad. Dan denk ik dus ‘jongens, jongens’. De mensen moeten de hele dag al kiezen. Mensen worden gestoord van alle hedendaagse keuzemogelijkheden.
“Soms zou ik willen dat ik me dat extreme egoïsme van Roark eigen kon maken. Roark weigert compromissen te sluiten met zijn opdrachtgevers. Die volledige zelfbeschikking, dat wil ik ook. Daarom schrijf ik ook zo graag. Dan ben ik volledig verantwoordelijk voor mijn woorden, zinnen. Dat is de parallel met Roark. Roark zou de tv-wereld vast en zeker helemaal niks hebben gevonden. Hij houdt niet van flauwekul en televisie staat daar natuurlijk bol van.
Ayn Rand: De Eeuwige Bron. Poema Pocket, 750 blz. € 12,50. Deel uw lievelingsboek op Twitter #boekdelen
————————————————————————-
Geachte heer Van der Veer,
Bij deze mijn mailadres. Ik hoor vandaag of morgen graag van u welk boek u heeft uitgekozen.
Hartelijke groet,
Roderick Nieuwenhuis
Boekenredactie NRC Handelsblad
Roderick,
liever te vroeg dan te laat laat ik je weten dat de kans groot is dat ik er niet (tijdig) uitkom. ik sta voor mijn boekenkast, pik favorieten eruit, herlees wat en denk… nee, niet echt. een leeservaring is kennelijk ook een momentopname. en mocht ik eindelijk eens dat ene meesterwerk vinden (hoe onrechtvaardig) zal ik het echt moeten herlezen om een degelijk vraaggesprek(je) aan te kunnen. dus… ik weet het niet. als ik jou was zou ik nog iemand uitzetten,
Bert
Ha Bert,
Ik begrijp heel goed dat het lastig is. Het is niet zo dat iedereen zo maar even een monoloog afsteekt over dat ene geweldige boek hoor, dus maak je geen zorgen.
Bovendien zie ik op je blog dat je een vervend lezer bent. Kan me dus bijna niet voorstellen dat er niet een werk is dat dusdanig is blijven hangen dat je daar vol passie over kunt vertellen. Herlezen hoeft dus zeker niet. Een boek kan ook prachtig zijn vanwege die ene epiloog, die fantastische beschrijving, etc. Misschien is er wel een unieke aanleiding geweest voor het lezen van een boek? Dat hoor ik ook graag!
Oftewel, kies een mooi boek uit, dan loods ik je vrijdagmiddag door dat boek heen. Ik weet zeker dat er iets moois uit kan komen!
Hoor graag van je.
Hartelijke groet,
Roderick
Dan zal het langs deze lijnen (zie bijlage) moeten verlopen….
Bert
Bel morgen na 3 uur svp
MOOI BOEK
Pas toen me door NRC Handelsblad werd gevraagd mijn ‘favoriete boek aller tijden’ (anders kon ik het niet interpreteren) te kiezen begreep ik dat je niet één leven hebt maar een reeks van elkaar opvolgende levens. Misschien kunnen we dat gewoon fases noemen. In diverse stadia van mijn leven bevind ik me zodanig in steeds andere omstandigheden (thank God) dat diverse boeken daar als het ware een aanvulling op geven.
Zo had ik – postpuberaal – heel bewust twee favoriete boeken: een Nederlandstalig, een buitenlands. De Hollandse (dus Vlaamse) geluksvogel was Johan Daisne met het magisch-realistische De trap van steen en wolken. Die andere (een Engelse): het tamelijk psychologische en ook plotmatig interessante De Schuldvraag van Colin Wilson. Tenminste is hier al een kiem gelegd: mijn liefde voor plot. Ik verslond dan ook lang Agatha Christie’s en liever nog Ellery Queens.
Denkend aan mijn opdracht liet ik deze jeugdzonden achter me en wendde ik mij – bijna instinctmatig – tot twee boeken die veel meer dan ik mij herinnerde gingen over de grote, maar onmogelijke liefde: Met Clara in bed van J.D. Landis en Claire van John Burnham Schwartz. Merkwaardig. De jaren dat ik die boeken las, resp. 1998 en 2002, markeren als zuilen het cruciale jaar 2000 waarin mijn scheiding zich voltrok.
Omdat ik toch geacht werd iets zinnigs te zeggen over mijn favorieten sloeg ik aan het herlezen. Ik vond zowel Clara als Claire nogal saai en pathetisch.
Ik herlees natuurlijk nooit. Herinneringen komen als brokstukken op me af, ik zit zowel in het heden als in de toekomst van het boek, deeltjes vallen op hun plaats maar net niet (goed) genoeg, ik vind er niks aan. Waarom zou je iets herbeleven als er nog van alles te beleven is?
Enige jaren geleden ben ik begonnen boeken die ik gelezen heb van een beoordeling te voorzien. 1 op de 4 sneuvelt voorbarig, als het na 20 pagina’s nog niet op gang is gekomen gaat er een kruis op de ongenummerde pagina 1. Dat kan ook als ik het eind wel haal maar dat valt dan gewoon tegen. Het liefst heb ik een dikke plus, het meest komt een plusminus voor waarbij de grootte van de plus en de min nog enige gradatie aanlegt. Alleen de dikke voldoendes gaan aan het eind van het jaar in de kast. Ik mag de stapel geconsumeerde boeken graag 12 maanden zien groeien.
Sinds een jaar of 10 pleeg ik ook evangelisch werk en verspreid ik, aanvankelijk per email onder vrienden, later ook op de website mijn top-10. Overigens zonder al te veel weerklank. Het zijn meer mijn geheugensteuntjes want ik onthoud titels en namen en gezichten slecht.
Toen (nog steeds op mijn zoektocht) begon me iets op te vallen: ze waren heel vaak (met uitzondering van Murakami maar die is nou eenmaal buitencategorie alles en een monument als De eeuwige bron van Ayn Rand) plotgedreven, niet eens zo literair maar vooral: geworteld in ware gebeurtenissen. Dat gold voor De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón en Lelieblank, scharlaken rood van Michel Faber, maar ook voor De Schopenhauerkuur van Irvin D. Yalom en De Dante Club van Matthew Pearl.
Ik realiseerde me ook dat ik steeds meer biografieën was gaan lezen. Het zei alles over mijn fixatie op de wereld om me heen (de hele dag de radio of de televisie aan).
Nu ik eenmaal erkend had dat in mijn totale leven niet 1 boek boven alles uitsteekt maar in verschillende perioden bepaalde boeken zich verbinden met de fase waarin mijn leven zich bevindt begon het makkelijker te worden. Ik kon niet misgrijpen en zou niemand onrecht doen door gewoon het laatste boek dat een dikke plus had gekregen op de eerste plaats te zetten.
Dat werd De celliste van John Lawton. In een met sterren uit de VN Thriller- en Detectivegids overladen vakantie kwam dat boek als winnaar uit de strijd.
Een verhaal dat zich afspeelt in Wenen voor de oorlog, in Auschwitz en in Londen na de oorlog en dat – ingenieus met twee delen werkend – een hoofdrolspeelster kent die de eerste helft domineert om in de tweede helft te verdwijnen om toch weer haar plaats in het verhaal terug te vinden. Een goed geresearchte pageturner. En dat moet een boek zijn. Nu in mijn leven. Omdat het past bij hoe ik leef, wat ik voel en wat ik zoek.
Bert van der Veer
29-9-2010
Beste Bert,
Ik heb je stuk met veel interesse gelezen. Jij kiest De Celliste van John Lawton als beste boek. Ik merk aan je stuk dat het boek je nauw aan het hart ligt. Ik begrijp dus die keus.
Je noemt echter ook De Eeuwige Bron van Ayn Rand, dat is natuurlijk een extreem sterke titel en een zeer invloedrijk boek. Ik denk dat de NRC-lezer maar al te graag hoort waarom je dat boek ooit zo goed hebt gevonden. Bovendien wil ik ook heel erg graag weten waarom dat boek zo belangrijk voor je is geweest.
Kun je ook dat boek misschien op een vruchtbare manier koppelen aan een specifieke fase in je leven? Wat gaf je er aanleiding toe dat boek te lezen? Zijn er nog passages die je bij zijn gebleven? Je waardeert het feit dat het boek ‘plotgedreven’ is en ‘geworteld in ware gebeurtenissen’. Kun je me daar morgenmiddag iets meer over vertellen?
Ik hoor graag van je.
Hartelijke groet,
Roderick
Vrijdagmiddag: het telefonisch interview van Roderick neemt 28 minuten in beslag.
Ha Bert,
Dank voor het lezen van het stuk. Kan heel goed leven met jouw ‘wijzigingen’ en heb ze allemaal doorgevoerd.
Aanstaande vrijdag kun je het artikel lezen op pagina 4 van de boekenbijlage.
Dank voor de leuke en inspirerende bijdrage!
Hartelijke groet,
Roderick